U vindt hier onder de blauwe balk de meest gestelde vragen over het maaien van sloten.
Direct naar
Wetgeving
Wat is een gedragscode?
Een gedragscode is een afspraak tussen het ministerie en uitvoerende organisaties (in dit geval de Unie van waterschappen). In de gedragscode zijn richtlijnen opgenomen die ervoor zorgen dat activiteiten in de natuur zo min mogelijk schade toebrengen aan planten, dieren en hun leefomgeving. Dit is gekoppeld aan de Omgevingswet (de Waterwet en Natuurbeschermingswet zijn hierin opgenomen).
Door de vastgelegde afspraken in de gedragscode mag het waterschap werkzaamheden uitvoeren zonder voor ieder werk afzonderlijk een Omgevingsvergunning bij de Provincie aan te vragen, inclusief het bijbehorend ecologisch onderzoek dat daarvoor gedaan moet worden. Dit gaat om onderhoudswerkzaamheden zoals het maaien en baggeren van sloten en onderhoud aan wegen en beplantingen.
Waarom wijzigt het waterschap de maaimethode op sommige plekken?
Dit komt voort uit de vernieuwde gedragscode die voorschrijft dat het klepelen niet is toegestaan op plaatsen waar beschermde plant- en/of diersoorten voorkomen. Striktere toepassing van natuurwetgeving dringt erop aan dat er minder gemaaid wordt met een klepelmaaier, omdat het maaisel en de daarin levende insecten en zaden verdwijnen of verhakseld worden. Dit kan leiden tot een verlies aan biodiversiteit. Klepelmaaien wordt niet gezien als een ecologische maaimethode, korfmaaien wel. Wettelijk gezien moet het waterschap de meest ecologische maaimethode toepassen.
Maaien
Kan de maaimethode tijdens het seizoen nog wijzigen?
De maaikaart is voor dit maaiseizoen vastgesteld. Zonder calamiteiten, zoals bijvoorbeeld een onverwachte aanwezigheid of verspreiding van een beschermende soort, is het niet de verwachting dat de kaart voor het maaiseizoen 2026 nog ingrijpend gewijzigd zal worden.
Waarom ontvang ik bij korfmaaien meer maaisel op mijn perceel?
Voor de ontvanger moet het eindresultaat na het maaien bij zowel korf- of klepelmaaien indien gewenst hetzelfde zijn. Hiermee wordt bedoeld: kortgeslagen (gehakseld) maaisel van maximaal 10 cm groot dat verwerkt kan worden op het naastgelegen perceel.
De hoeveelheid maaisel die verschilt wel bij beide werkwijzen. Waar bij het klepelmaaien het uitkomende maaisel over twee kanten van de sloot kan worden verdeeld, gaat het maaisel bij volledig profiel maaikorven naar één kant van de sloot. Het is voor het waterschap niet meer mogelijk om elk jaar het uitkomende maaisel over de twee kanten van de waterloop te verdelen. Dit gebeurt dan zoveel mogelijk via het om-en-om principe.
Het volledig profiel maaikorven gebeurt in twee handelingen. Eerst wordt er gemaaid met de korf en deze deponeert het volledige maaisel op het land. Hierna moet het maaisel verkleind worden om tot hetzelfde resultaat te komen als na het klepelen. Het laten hakselen van maaisel na het korfmaaien wordt standaard uitgevoerd tenzij de perceelgebruiker duidelijk aangeeft dat dit niet gewenst is.
Hoe wordt omgegaan met invasieve exoten en soorten als Jacobskruid?
Uiteraard doen we ons uiterste best om invasieve exoten en schadelijke planten als Jakcobskruiskruid en knolcyperus niet te verspreiden. In de maaikaarten die de maaiers altijd ter beschikking hebben staat aangegeven waar deze soorten groeien. Groeien er bij u invasieve exoten? Meld dit dan zo snel mogelijk bij het waterschap. Is dit voor u een reden om geen maaisel op uw land te willen ontvangen? Neem ook dan contact met ons op. We willen u dan graag in de gelegenheid stellen om het maaisel zelf af te voeren en afspraken te maken over het moment van maaien.
Waarom korfmaaien?
Binnen het beheergebied worden de meeste waterlopen slechts éénmaal per jaar gemaaid. Deze maaifrequentie in combinatie met brede rietkragen is onmogelijk met veel maaimethodes. Daarom wordt voornamelijk gebruik gemaakt van klepel- of korfmaaien. Het directe effect van korfmaaien levert minder schade op aan natuur.
Mag ik maaisel zelf afvoeren?
U mag het maaisel zelf afvoeren. Dit kan tijdens het maaien door het direct met karren weg te rijden of later als het op de kant ligt. U moet dit zelf organiseren. We houden als standaard aan dat de sloten gekorfmaaid worden en dat het maaisel later wordt verhakseld. Als u dit anders wenst dan kunt u dit aangeven.
Houdt er bij het direct opladen van het maaisel rekening mee dat u voldoende transportmiddelen bij de maaimachine zet zodat deze geen productieverlies heeft. U moet er dan zelf een plek voor zoeken. Ook kunt u ervoor kiezen om het maaisel na het maaien zelf op te ruimen. Het wordt dan door het waterschap op de kant gezet en kan door de perceel eigenaar/ gebruiker met een opraapwagen of pers worden opgeruimd. Tot slot kunt u ervoor kiezen om het maaisel op de kant te laten liggen of zelf te verkleinen. Dit alles in overleg met de toezichthoudende kantonnier in uw gebied.
Ik kan geen maaisel op mijn perceel ontvangen, hoe wordt daar rekening mee gehouden?
Als op een perceel geen maaisel ontvangen kan worden omdat er bijvoorbeeld meerjarige gewassen staan zoals een weiland kunt u kiezen om:
- Het maaisel zo dicht mogelijk (0,50 meter) tegen de insteek op het naastgelegen perceel laten leggen door het waterschap. Het is dan niet mogelijk voor het waterschap om dit te hakselen. U kan indien gewenst het maaisel na 48 uur zelf verkleinen of afvoeren;
- Het maaisel kan na het korfmaaien door het waterschap onmiddellijk door u worden afgevoerd. Dit kan door het voorzien van karren waar het maaisel rechtstreeks ingeladen kan worden;
- Bij akkerranden en ANLb-stroken is er een mogelijkheid dat het maaisel wordt doorgedraaid over de rand/strook tot het achtergelegen bouwland.
- Als u wil afwijken van de standaardmethode (maaien en hakselen) moet dit op voorhand aangegeven worden bij de toezichthoudend kantonnier.
Hoe gaan we om met ingezaaide akkerranden waar subsidie op wordt gegeven?
De akkerranden dienen vaak ook als onderhoudsstrook voor het waterschap. Er is afgesproken dat het waterschap hier met machines kan doorrijden om het nodige onderhoud uit te voeren zonder dat dit de beoordeling mag beïnvloeden. Perceeleigenaren/ gebruikers kunnen wel aangeven dat het maaisel op achtergelegen bouwland neergelegd moet worden. Dan wordt het met de maaikorf ‘doorgedraaid’ over de akkerranden. Dit moet gemeld worden bij de toezichthoudend kantonnier watersystemen van het betreffende werkgebied.
Beschermde plant- en diersoorten
Hoe worden beschermde plant- en diersoorten in kaart gebracht?
De maaikaart die aangeeft waar het waterschap gaat korfmaaien of klepelen, kunt u terugvinden op www.scheldestromen.nl/maaiensloten. Deze kaart is zorgvuldig opgesteld door een extern ecologisch adviesbureau in samenwerking met onze ecologen. De kaart is gebaseerd op bureaustudie met onder meer input uit de nationale databases zoals het NDFF, verspreidingsatlassen, aangevuld met eigen expertise waaronder gebiedskennis. Deze kaarten zijn een uitwerking van een landelijk goedgekeurde gedragscode die weinig ruimte laat voor interpretatie.
Kan iedereen een beschermde soort in een databank zetten?
Niet iedereen kan rechtstreeks een beschermde soort in een databank zetten. Iedereen kan wel een waarneming doorgeven bij de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Deze wordt gecontroleerd en komt pas als volwaardige waarneming in de lijst te staan wanneer deze door een moderator is goedgekeurd.
Wat zijn beschermde plant- en diersoorten waar rekening mee gehouden moet worden?
Deze zijn terug te vinden in de habitatrichtlijn, rode lijst-soorten Nederland en het soortenregister. In het algemeen houden we bij werkzaamheden steeds meer rekening met natuur. Dat doen we bijvoorbeeld door pas te maaien na het broedseizoen. Door de nieuwe gedragscode bepaalt de aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten dus ook steeds meer hoe we maaien. Hierbij wordt gelet op kleinere beestjes zoals bijvoorbeeld de Noordse woelmuis, de waterspitsmuis, de rugstreeppad en boomkikkers.
Blijven de waarnemingen altijd in de NDFF staan?
Een waarneming is een registratie van een soort op plaats en tijd. Deze verdwijnen dus niet. Voor het opstellen van de kaart die het waterschap gebruikt om de maaimethode te bepalen boven de Westerschelde is rekening gehouden met de waarnemingen van de laatste 3 jaar. Deze geldigheidsduur is vastgelegd in de Omgevingswet.