Maaien volgens de gedragscode

In april 2025 is een nieuwe gedragscode vastgesteld. In 2025 zijn gedeeltelijk al wijzigingen doorgevoerd in de manier waarop we maaien, vanaf 2026 werken we volledig volgens de Gedragscode Soortenbescherming Bestendig Beheer en Onderhoud. Dit betekent dat we extra rekening houden met beschermde planten en dieren. Dit merkt u onder andere in de manier waarop we sloten maaien.   

  • Boven de Westerschelde passen we korfmaaien toe op locaties waar beschermde soorten planten of dieren voorkomen of waar dit volgens ecologische randvoorwaarden vereist is.
    Klepelmaaien wordt alleen nog toegepast op locaties zonder beschermde plant of diersoorten of waar dit praktisch noodzakelijk is, bijvoorbeeld bij houtopslag. Klepelmaaien is niet toegestaan in sloten waar beschermde plant- of diersoorten voorkomen.
  • Onder de Westerschelde is korfmaaien de standaard werkwijze, ongeacht of er beschermde soorten planten of dieren voorkomen. Alleen wanneer korfmaaien niet mogelijk is, wordt hiervan afgeweken en wordt er eerst ecologisch onderzoek gedaan.
  • Bij sloten met een bovenbreedte van zeven meter of meer, moeten we een deel van de begroeiing laten staan. Er wordt dan slechts één kant van de sloot en de bodem gemaaid. Deze werkwijze komt voort uit de habitatbenadering met als doel dat aan één kant van de sloot de aanwezige planten en dieren intact blijven. Het jaar daarop wordt de andere kant van de sloot en de bodem gemaaid. Dit geldt voor zowel het korf- als het klepelmaaien.

Deze werkwijze is noodzakelijk om ons onderhoud in heel Zeeland uit te voeren en te kunnen maaien zonder dat daar aparte omgevingsvergunningen voor nodig zijn. In ons beheer en onderhoud aan wegen, dijken, terreinen en sloten werken we op deze manier niet alleen zorgvuldig en volgens de wet, maar ook met oog voor gebruikers, omgeving en natuur. Zo voorkomen we schade aan beschermde soorten planten en dieren.

Wanneer maaien?

Het jaarlijkse onderhoud van maaien voeren we zoveel mogelijk uit in de periode van 15 augustus tot en met 31 december. 

Deze periode is gekozen om:

  • Verstoring van het broedseizoen te voorkomen. 
    Het broedseizoen (globaal 15 maart – 15 juli) is dan grotendeels voorbij.
  • Rekening te houden met agrarische oogstwerkzaamheden. 
    We stemmen het maaien zo veel mogelijk af op het moment waarop percelen beschikbaar komen na de oogst.
  • Hergroei te beperken. 
    Maaien op een later moment geeft minder hergroei in het najaar waardoor de afvoer van water geborgd blijft.

Uitzonderingen

In enkele gebieden waar zoet water wordt ingelaten (zoals Tholen, Sint Philipsland en delen van Zuid-Beveland) kan het nodig zijn om eerder of extra te maaien. Dit gebeurt alleen, na ecologisch vooronderzoek, wanneer dat noodzakelijk is voor waterbeheer en waterkwaliteit.

Wie maaien?

De maaiwerkzaamheden worden uitgevoerd door medewerkers van het waterschap of aannemers die namens het waterschap werken. Er wordt gewerkt volgens vooraf geïnventariseerde maaikaarten en digitale werkopdrachten, waarin per sloot staat aangegeven:

  • wanneer er gemaaid wordt;
  • volgens welke maaimethode;
  • vanaf welke zijde wordt gemaaid;
  • waar het maaisel wordt neergelegd.

Gedoog- en ontvangstplicht 

Om de maaiwerkzaamheden uit te voeren wordt gebruik gemaakt van de beschermingszone of onderhoudsstrook op het perceel, dit valt onder de gedoog- en ontvangstplicht zoals opgenomen in de Omgevingswet. Dat betekent dat het waterschap of de aannemer aangrenzende percelen mag betreden voor onderhoud en vrijkomend maaisel mag neerleggen. 

Hoe maaien?

Voor het maaien van sloten gebruiken we twee verschillende werkwijzen: 

  1. Korfmaaien (steeds vaker toegepast)
    Bij korfmaaien wordt de sloot van insteek tot insteek of eenzijdig afgeknipt met een maaikorf. Het maaisel komt onverkleind op het naastgelegen perceel te liggen. 
    Wat betekent dit voor u?
    Het maaisel blijft minimaal 48 uur liggen, zodat fauna eruit kan kruipen. Wij verhakselen het maaisel voor u, tenzij u aangeeft dit niet te willen. U mag het maaisel ook zelf afvoeren, bijvoorbeeld door karren beschikbaar te stellen tijdens het maaien. Dit wordt sterk aangeraden als er risico bestaat op ongewenste planten die niet zijn opgenomen in de Unielijst van Invasieve Exoten en waarvoor het waterschap geen verdere verplichtingen heeft. We kunnen het maaisel ook onverkleind op de kant leggen zodat u het zelf verder verwerkt.
  2. Klepelmaaien (uitzonderlijke gevallen)
    Klepelmaaien verkleint het maaisel tijdens het maaien. Deze methode is alleen nog toegestaan:
    •     op plekken zonder beschermde plant- of diersoorten;
    •     waar korfmaaien echt niet mogelijk is (bijvoorbeeld bij aanwezigheid van veel houtopslag). Na uitgebreid ecologisch onderzoek is het lokaal soms mogelijk. 

    We verwachten dat klepelmaaien steeds minder is toegestaan. Niet alleen waterschappen, gemeenten of andere terreinbeherende organisaties (TBO’s) moeten voldoen aan de gedragscode. Ook voor eigenaren en gebruikers geldt dat klepelmaaien niet is toegestaan bij aanwezigheid van beschermde plant- of diersoorten.

Om en om

In de Omgevingswet is vastgelegd dat perceeleigenaren een gedoog- en ontvangstplicht hebben voor maaisel dat vrijkomt bij onderhoud. We begrijpen dat het ontvangen van maaisel hinder kan geven, zeker als het gevolgen heeft voor uw bedrijfsvoering, akkerranden, bufferstroken of vee. 

Daarom werken we waar mogelijk volgens het principe om en om: het ontvangen van maaisel wisselt per even en oneven jaar. In uitzonderlijke situaties kan het nodig zijn om meerdere jaren achtereen hetzelfde perceel te gebruiken voor het bereiken van de sloot, uitvoeren van onderhoud en eventueel afvoeren van maaisel (gedoogplicht). Hetzelfde kan voorkomen onder de ontvangstplicht als het maaisel altijd naar hetzelfde perceel naast de sloot moet worden gebracht.

Let op!

  • De ontvangstplicht geldt ook bij bufferstroken, akkerranden en ANLb stroken.
  • Ook weilanden vallen onder de ontvangstplicht. Bij een weiland kunt u ervoor kiezen om het maaisel meteen zelf af te voeren.
  • Maaisel wordt niet in bermen gelegd, behalve op hele brede bermen waar op voorhand afspraken zijn gemaakt met wegbeheerders. 
  • Bij particuliere siertuinen voert het waterschap het maaisel af.

Zwerfvuil in maaisel

In het maaisel kan zwerfvuil zoals plastic en blik voorkomen (bijvoorbeeld langs benzinestations, parkings of fietsroutes). Als u meer last heeft van zwerfvuil dan maatschappelijk aanvaardbaar, neem dan tijdig contact op met de opzichter Watersystemen in uw gebied zodat u samen kunt kijken naar een mogelijke oplossing. 

Exoten en ongewenste soorten

Exoten die op de Unielijst Invasieve Exoten voorkomen worden actief bestreden en komen niet voor onder het normale maairegime. Bijvoorbeeld de Japanse duizendknoop of Reuzenberenklauw. Bij aanwezigheid van soorten zoals Jacobskruiskruid of Knolcyperus stemmen we het maaien en hoe we omgaan met maaisel zorgvuldig af met perceelgebruikers. We proberen zo goed mogelijk in kaart te brengen waar exoten en ongewenste soorten voorkomen. 

Vragen?

Heeft u vragen over het maaien bij uw perceel of wilt u vooraf overleggen? Wilt u het korfmaaisel niet verhakseld hebben of zelf afvoeren? Neem dan contact op met de opzichter in uw gebied, via telefoonnummer: 088-2461000 of stuur een e-mail naar maaien@scheldestromen.nl

Op de interactieve maaikaart ziet u per sloot welke maaimethode wordt toegepast (korfmaaien of klepelmaaien). 

Veelgestelde vragen

U vindt hier onder de blauwe balk de meest gestelde vragen over het maaien van sloten.  

Direct naar

Wetgeving

Wat is een gedragscode?

Een gedragscode is een afspraak tussen het ministerie en uitvoerende organisaties (in dit geval de Unie van waterschappen). In de gedragscode zijn richtlijnen opgenomen die ervoor zorgen dat activiteiten in de natuur zo min mogelijk schade toebrengen aan planten, dieren en hun leefomgeving. Dit is gekoppeld aan de Omgevingswet (de Waterwet en Natuurbeschermingswet zijn hierin opgenomen).  

Door de vastgelegde afspraken in de gedragscode mag het waterschap werkzaamheden uitvoeren zonder voor ieder werk afzonderlijk een Omgevingsvergunning bij de Provincie aan te vragen, inclusief het bijbehorend ecologisch onderzoek dat daarvoor gedaan moet worden. Dit gaat om onderhoudswerkzaamheden zoals het maaien en baggeren van sloten en onderhoud aan wegen en beplantingen. 

Waarom wijzigt het waterschap de maaimethode op sommige plekken?

Dit komt voort uit de vernieuwde gedragscode die voorschrijft dat het klepelen niet is toegestaan op plaatsen waar beschermde plant- en/of diersoorten voorkomen. Striktere toepassing van natuurwetgeving dringt erop aan dat er minder gemaaid wordt met een klepelmaaier, omdat het maaisel en de daarin levende insecten en zaden verdwijnen of verhakseld worden. Dit kan leiden tot een verlies aan biodiversiteit. Klepelmaaien wordt niet gezien als een ecologische maaimethode, korfmaaien wel. Wettelijk gezien moet het waterschap de meest ecologische maaimethode toepassen. 

Maaien

Kan de maaimethode tijdens het seizoen nog wijzigen?

De maaikaart is voor dit maaiseizoen vastgesteld. Zonder calamiteiten, zoals bijvoorbeeld een onverwachte aanwezigheid of verspreiding van een beschermende soort, is het niet de verwachting dat de kaart voor het maaiseizoen 2026 nog ingrijpend gewijzigd zal worden.

Waarom ontvang ik bij korfmaaien meer maaisel op mijn perceel?

Voor de ontvanger moet het eindresultaat na het maaien bij zowel korf- of klepelmaaien indien gewenst hetzelfde zijn. Hiermee wordt bedoeld: kortgeslagen (gehakseld) maaisel van maximaal 10 cm groot dat verwerkt kan worden op het naastgelegen perceel.

De hoeveelheid maaisel die verschilt wel bij beide werkwijzen. Waar bij het klepelmaaien het uitkomende maaisel over twee kanten van de sloot kan worden verdeeld, gaat het maaisel bij volledig profiel maaikorven naar één kant van de sloot. Het is voor het waterschap niet meer mogelijk om elk jaar het uitkomende maaisel over de twee kanten van de waterloop te verdelen. Dit gebeurt dan zoveel mogelijk via het om-en-om principe.

Het volledig profiel maaikorven gebeurt in twee handelingen. Eerst wordt er gemaaid met de korf en deze deponeert het volledige maaisel op het land. Hierna moet het maaisel verkleind worden om tot hetzelfde resultaat te komen als na het klepelen. Het laten hakselen van maaisel na het korfmaaien wordt standaard uitgevoerd tenzij de perceelgebruiker duidelijk aangeeft dat dit niet gewenst is.

Hoe wordt omgegaan met invasieve exoten en soorten als Jacobskruid?

Uiteraard doen we ons uiterste best om invasieve exoten en schadelijke planten als Jakcobskruiskruid en knolcyperus niet te verspreiden. In de maaikaarten die de maaiers altijd ter beschikking hebben staat aangegeven waar deze soorten groeien. Groeien er bij u invasieve exoten? Meld dit dan zo snel mogelijk bij het waterschap. Is dit voor u een reden om geen maaisel op uw land te willen ontvangen? Neem ook dan contact met ons op. We willen u dan graag in de gelegenheid stellen om het maaisel zelf af te voeren en afspraken te maken over het moment van maaien.

Waarom korfmaaien?

Binnen het beheergebied worden de meeste waterlopen slechts éénmaal per jaar gemaaid. Deze maaifrequentie in combinatie met brede rietkragen is onmogelijk met veel maaimethodes. Daarom wordt voornamelijk gebruik gemaakt van klepel- of korfmaaien. Het directe effect van korfmaaien levert minder schade op aan natuur. 

Mag ik maaisel zelf afvoeren?

U mag het maaisel zelf afvoeren. Dit kan tijdens het maaien door het direct met karren weg te rijden of later als het op de kant ligt. U moet dit zelf organiseren. We houden als standaard aan dat de sloten gekorfmaaid worden en dat het maaisel later wordt verhakseld. Als u dit anders wenst dan kunt u dit aangeven. 

Houdt er bij het direct opladen van het maaisel rekening mee dat u voldoende transportmiddelen bij de maaimachine zet zodat deze geen productieverlies heeft. U moet er dan zelf een plek voor zoeken. Ook kunt u ervoor kiezen om het maaisel na het maaien zelf op te ruimen. Het wordt dan door het waterschap op de kant gezet en kan door de perceel eigenaar/ gebruiker met een opraapwagen of pers worden opgeruimd. Tot slot kunt u ervoor kiezen om het maaisel op de kant te laten liggen of zelf te verkleinen. Dit alles in overleg met de toezichthoudende kantonnier in uw gebied. 

Ik kan geen maaisel op mijn perceel ontvangen, hoe wordt daar rekening mee gehouden?

Als op een perceel geen maaisel ontvangen kan worden omdat er bijvoorbeeld meerjarige gewassen staan zoals een weiland kunt u kiezen om:

  • Het maaisel zo dicht mogelijk (0,50 meter) tegen de insteek op het naastgelegen perceel laten leggen door het waterschap. Het is dan niet mogelijk voor het waterschap om dit te hakselen. U kan indien gewenst het maaisel na 48 uur zelf verkleinen of afvoeren;
  • Het maaisel kan na het korfmaaien door het waterschap onmiddellijk door u worden afgevoerd. Dit kan door het voorzien van karren waar het maaisel rechtstreeks ingeladen kan worden;
  • Bij akkerranden en ANLb-stroken is er een mogelijkheid dat het maaisel wordt doorgedraaid over de rand/strook tot het achtergelegen bouwland.
  • Als u wil afwijken van de standaardmethode (maaien en hakselen) moet dit op voorhand aangegeven worden bij de toezichthoudend kantonnier.

Hoe gaan we om met ingezaaide akkerranden waar subsidie op wordt gegeven?

De akkerranden dienen vaak ook als onderhoudsstrook voor het waterschap. Er is afgesproken dat het waterschap hier met machines kan doorrijden om het nodige onderhoud uit te voeren zonder dat dit de beoordeling mag beïnvloeden. Perceeleigenaren/ gebruikers kunnen wel aangeven dat het maaisel op achtergelegen bouwland neergelegd moet worden. Dan wordt het met de maaikorf ‘doorgedraaid’ over de akkerranden. Dit moet gemeld worden bij de toezichthoudend kantonnier watersystemen van het betreffende werkgebied. 

Beschermde plant- en diersoorten

Hoe worden beschermde plant- en diersoorten in kaart gebracht?

De maaikaart die aangeeft waar het waterschap gaat korfmaaien of klepelen, kunt u terugvinden op www.scheldestromen.nl/maaiensloten. Deze kaart is zorgvuldig opgesteld door een extern ecologisch adviesbureau in samenwerking met onze ecologen. De kaart is gebaseerd op bureaustudie met onder meer input uit de nationale databases zoals het NDFF, verspreidingsatlassen, aangevuld met eigen expertise waaronder gebiedskennis. Deze kaarten zijn een uitwerking van een landelijk goedgekeurde gedragscode die weinig ruimte laat voor interpretatie. 

Kan iedereen een beschermde soort in een databank zetten?

Niet iedereen kan rechtstreeks een beschermde soort in een databank zetten. Iedereen kan wel een waarneming doorgeven bij de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Deze wordt gecontroleerd en komt pas als volwaardige waarneming in de lijst te staan wanneer deze door een moderator is goedgekeurd. 

Wat zijn beschermde plant- en diersoorten waar rekening mee gehouden moet worden?

Deze zijn terug te vinden in de habitatrichtlijn, rode lijst-soorten Nederland en het soortenregister. In het algemeen houden we bij werkzaamheden steeds meer rekening met natuur. Dat doen we bijvoorbeeld door pas te maaien na het broedseizoen. Door de nieuwe gedragscode bepaalt de aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten dus ook steeds meer hoe we maaien. Hierbij wordt gelet op kleinere beestjes zoals bijvoorbeeld de Noordse woelmuis, de waterspitsmuis, de rugstreeppad en boomkikkers. 

Blijven de waarnemingen altijd in de NDFF staan?

Een waarneming is een registratie van een soort op plaats en tijd. Deze verdwijnen dus niet. Voor het opstellen van de kaart die het waterschap gebruikt om de maaimethode te bepalen boven de Westerschelde is rekening gehouden met de waarnemingen van de laatste 3 jaar. Deze geldigheidsduur is vastgelegd in de Omgevingswet.