Er zijn verschillende maatregelen mogelijk, zoals peilgestuurde drainage, antiverziltingsdrainage, kreekruginfiltratie en ondergrondse waterberging. Welke maatregel kansrijk is, hangt sterk af van de lokale situatie: de bodemopbouw, grondwaterstand, aanwezigheid van zout grondwater en mogelijkheden voor aanvoer of infiltratie van zoet water.
Kansenkaarten helpen bij een eerste verkenning. Ze laten zien waar maatregelen op basis van ondergrond en watersysteem technisch kansrijk kunnen zijn. De kaarten zijn bedoeld als startpunt voor gesprek en vervolgonderzoek, niet als garantie dat een maatregel op een perceel direct toepasbaar is.
Technieken
De ondergrond kan helpen om zoet water langer vast te houden of tijdelijk op te slaan voor droge perioden. Sommige maatregelen beperken vooral verzilting en versterken de ondiepe zoete regenwaterlens. Andere maatregelen slaan zoet water actief op in de ondergrond, zodat het later kan worden gebruikt voor beregening. Hieronder staan enkele technieken die voor Zeeland kansrijk kunnen zijn.
- Peilgestuurde drainage: drainage waarbij het uitstroomniveau regelbaar is. Daardoor kan de grondwaterstand tijdelijk worden verhoogd en blijft zoete neerslag langer beschikbaar in de ondergrond.
- Antiverziltingsdrainage: peilgestuurde drainage die dieper ligt. Hiermee wordt zoute kwel dieper afgevangen en kan de zoete regenwaterlens worden versterkt.
- Dubbele drainage: twee drainagesystemen op verschillende diepten. Het onderste systeem vangt zoute kwel af; het bovenste systeem houdt zoet water vast of vangt dit af voor hergebruik.
- Kreekrug Infiltratie Systeem (KIS): infiltratie van zoet water via een ondiep drainagesysteem in een kreekrug. Dit vergroot de zoetwaterlens en maakt duurzame onttrekking in het groeiseizoen mogelijk.
- Ondergrondse waterberging onder kleilaag (ASR): infiltratie van zoet water in een diepe zandlaag onder een afsluitende kleilaag. Het water kan later in het groeiseizoen worden opgepompt.
- Freshmaker: zoet water wordt via een horizontale put in de ondergrond gebracht. Tegelijk wordt dieper zout grondwater weggepompt. Daardoor blijft de zoetwaterbel beter op zijn plek en kan het opgeslagen zoete water later in het groeiseizoen worden gebruikt.
Combinaties zijn ook mogelijk. Zo kan water uit een dubbel drainagesysteem worden gebruikt voor ondergrondse waterberging.
Opbouw van kansenkaarten
Een kansenkaart wordt per maatregel opgebouwd uit verschillende gegevens over bodem, ondergrond en watersysteem. Denk aan maaiveldhoogte, bodemopbouw, grondwaterstand, zoet-zoutverdeling, kwel of wegzijging, ligging van kreekruggen en gebieden waar maatregelen niet mogelijk zijn, zoals bebouwd gebied. Per techniek verschilt welke informatie belangrijk is.
De gegevens worden per maatregel gecombineerd tot een kaart. Daarbij wordt ook gebruik gemaakt van kennis uit eerdere pilots en praktijkervaring. De kaart geeft dus aan waar een techniek technisch kansrijk kan zijn op basis van het bodem- en watersysteem, maar zegt nog niet of uitvoering op een specifiek perceel direct mogelijk is.
Overzichtskaart aantal kansrijke technieken
Naast de afzonderlijke kansenkaarten is er een overzichtskaart die per locatie weergeeft voor hoeveel technieken een maatregel technisch kansrijk is. Deze kaart kan als vertrekpunt worden gebruikt om snel te zien of er kansen zijn en hoeveel maatregelen kansrijk lijken. De kaart helpt om gebieden te vergelijken en om te bepalen waar nader onderzoek naar maatregelen zinvol kan zijn.
Toepassen van kansenkaarten
Kansenkaarten zijn bedoeld als startpunt voor gesprek en vervolgonderzoek. Ze helpen om te bepalen welke maatregelen op een locatie de moeite waard zijn om verder te bekijken. Omdat de kaarten zijn gebaseerd op regionale gegevens, is altijd controle op perceelsniveau nodig, vaak met aanvullende metingen. Daarbij wordt gekeken naar lokale bodemopbouw, grondwaterstand, zoutgehalte, beschikbaarheid van infiltratiewater, vergunningen en effecten op de omgeving. Agrariërs kunnen zelf een eerste stap zetten door het zoutgehalte van sloot- en drainwater enige tijd te meten. Een adviseur of gespecialiseerd bureau kan helpen bij verder onderzoek, ontwerp en uitvoering.