Vragen over het rapport
Hiernaast vindt u de vragen met antwoorden
Waarom hebben jullie deze 30 verschillende soorten PFAS gemeten?
Onderzoekslaboratoria hanteren doorgaans standaard PFAS analysepakketten
Waarom juist deze stoffen?
De standaard PFAS analysepakketten bevatten de meest geanalyseerde PFAS-soorten.
Kunnen jullie ook de ‘vervuilers’ achterhalen?
Het onderzoek geeft geen informatie over individuele vervuilers. Uit de PFAS-patronen zijn wel rioolwaterzuiveringen geselecteerd met een afwijkend patroon die wijzen op afwijkende vervuilingsbronnen.
Waarom hebben jullie de monsters laten onderzoeken door SGS
SGS kan deze stoffen al in zeer lage concentraties meten. Daarnaast had SGS voldoende apparatuur beschikbaar om alle monsters te kunnen verzamelen.
Zijn alle PFAS-stoffen zeer zorgwekkende stoffen?
Van veel PFAS weten we niets en er is maar een beperkt aantal PFAS meetbaar. PFOS is een voorbeeld van een Zeer Zorgwekkende Stof (ZZS). ZZS zijn stoffen met specifieke kenmerken die we niet in het milieu willen hebben. Ook als PFAS niet het label hebben van ZZS krijgen zijn ze wel ongewenst.
Wat is de invloed van seaspray?
Uit eerder onderzoek is gebleken dat seaspray in kustgebieden van invloed kan zijn. Of seaspray van invloed is op de hoeveelheid PFAS die op de zuiveringen terecht komen kan op basis van dit rapport niet gezegd worden. Om de gevolgen van seaspray beter te begrijpen is meer (inter)nationaal onderzoek nodig.
Waarom is het influent, het binnenkomende ongezuiverde rioolwater, niet gemeten?
Het onderzoek richt zich op het gezuiverde rioolwater wat uit de rwzi’s komt (effluent) omdat we inzicht willen krijgen in de de verspreiding van PFAS naar oppervlaktewater.
Geeft influent geen beter beeld van de bronnen?
In influent zitten veel verstorende stoffen waardoor het lastig is de aanwezigheid van PFAS aan te tonen. In gezuiverd water meten resulteert daarom in beter bruikbare informatie.
Kunnen jullie achterhalen waarom er op sommige dagen verhoogde waarden zijn gevonden bij enkele zuiveringen?
Als op een rwzi hogere waarden worden gevonden kan dit meerdere redenen hebben. Het kan om een eenmalige lozing gaan. In het rapport worden mogelijke bronnen benoemd maar er zijn geen specifieke bronnen geïdentificeerd. Op de zuivering komt afvalwater van woonwijken en bedrijven bij elkaar, daarom is een directe link naar een individuele bron op basis van dit onderzoek niet te maken.
De rwzi’s zijn matig belast. Is dat bekeken ten opzichte van de normen die er zijn voor oppervlakte water? Wat betekent matig belast?
In 2021 is een landelijk onderzoek gepubliceerd waarbij 8 rwzi’s in Nederland zijn onderzocht op PFAS in influent en effluent. Deze 8 zuiveringen zijn ingedeeld op laag belast, matig belast en hoog belast. Bij laag belaste zuiveringen is alleen een achtergrond signaal van PFAS aangetroffen wat afkomstig is van huishouden. Bij hoog belaste rwzi’s is ook de industrie een belangrijke bron van PFAS. Deze indeling is dus gebaseerd op de onderlinge verhouding tussen deze onderzochte rwzi’s. De zuiveringen van Scheldestromen zijn vergelijkbaar met de matig belaste rwzi’s uit dit eerdere onderzoek. Dit staat dus los van normen voor PFAS.
Waarom zijn de rapportagegrenzen hoger voor de TOP analyse (brede screening van PFAS stoffen)?
Er zijn lage rapportage grenzen voor het standaard analysepakket. Voor de screening is een andere methode gebruikt. Hierdoor ligt de rapportagegrens bijna 100x hoger, dit komt o.a. door de invloed van andere stoffen in een monster. Daarom komen analyseresultaten bij de brede screening niet boven de rapportagegrenzen uit.
Drinkwaterbijdrage. Er zijn verschillende routes voor Zeeuws-Vlaanderen en Walcheren bijvoorbeeld. Kun je de fingerprint van drinkwater terugzien bij de rwzi’s?
In het rapport is gekeken naar de invloed van drinkwater, en wat de maximum bijdrage is van drinkwater per rwzi.
Hoe was de neerslag in de meetperiode?
Er is van te voren afgesproken dat bij extreme neerslag de analyse opnieuw gedaan zou worden. Een deel van de bemonstering is opnieuw gedaan wegens de vele neerslag in de bemonsteringsperiode. De weersomstandigheden tijdens het bemonsteren waren gemiddeld. Hiermee zijn extremen voorkomen, zoals opstapeling van bv blusschuim en seaspray op land wat bij neerslag weer afspoelt.
Maakt het uit of in een droge of natte periode is bemonsterd?
Regen heeft effect op PFAS aanvoer. Veel regen kan zorgen voor verdunning waardoor het lijkt alsof minder PFAS wordt afgevoerd. Regen na een periode van droogte kan juist zorgen voor verhoogde PFAS waarden omdat PFAS zich kan verzamelen op land (bijvoorbeeld bij industrie of brandweerkazernes) wat daarna bij regen wordt afgespoeld. Bij het bemonsteren is rekening gehouden dat het weer van invloed kan zijn. Gemiddelde weersomstandigheden, met wat droge en wat regendagen tijdens de bemonsteringsperiode geven het beste gemiddelde resultaat. Om deze reden is bijvoorbeeld een week van bemonstering waarin het veel regende (meer dan gemiddeld) niet te analyseren. Er is opnieuw bemonsterd in een volgende week.
Waarom staat rwzi Willem-Annapolder 2x tussen de resultaten?
Bij rwzi Willem Annapolder zijn op sommige dagen piek concentraties aangetroffen. De waarden op deze dagen zijn veel hoger dan op overige dagen en hebben hierdoor een grote invloed op het gemiddelde. Er is daarom gekozen om de resultaten van deze rwzi met en zonder deze piekconcentraties weer te geven. Deze pieken zouden afkomstig kunnen zijn van een specifieke bron. Als deze bron weggenomen kan worden zijn de waarden zonder de piekconcentraties van toepassing.
Zijn er consequenties voor het hergebruik van effluent, het gezuiverde rioolwater? Zou hergebruik mogelijk zijn in de landbouw?
Rechtstreeks hergebruiken van effluent mag alleen met een vergunning en bij de aanvraag worden ook de risico’s van PFAS meegewogen. Onttrekken van water uit de sloot mag ook alleen met een vergunning waarin bijvoorbeeld de eis staat dat het niveau boven het aangehouden peil staat. Bij onttrekkingen uit oppervlaktewater geldt dat de risico’s voor de gebruiker zijn.
Zit er ook PFAS in het zuiveringsslib van de rioolwaterzuiveringen?
We hebben nu niet gemeten in slib, maar uit eerdere onderzoeken op andere rioolwaterzuiveringen blijkt dat een deel van de PFAS in het slib terecht komt.
Is het ook zinvol om onderzoek te doen naar PFAS in lozingen uit overstorten en hemelwaterlozingen?
Overstorten gaan werken bij hevige neerslag als het systeem de hoeveelheid water niet goed kan verwerken. Er komt dan sterk verdund rioolwater, met mogelijk nog ongewenste stoffen, in de sloot terecht. Om het aantal overstortingen zoveel mogelijk te beperken zetten gemeenten in op het afkoppelen van hemelwater.
Is ook onderzoek gedaan naar PFAS die via industriële lozingen in het watersysteem terecht komen?
Het doel van het onderzoek was om een beeld te krijgen van de PFAS in het gezuiverde afvalwater van onze eigen zuiveringen. Er is geen onderzoek gedaan naar industriële lozingen op oppervlaktewater.
Gaan jullie de stortplaatsen monitoren?
Er zijn in Zeeland op verschillende plaatsen stortplaatsen die afwateren richting de zuivering. Niet bij alle rioolwaterzuiveringen waarop stortplaatsen aangesloten zijn worden afwijkende PFAS waarden gevonden. Nu bekend is bij welke rioolwaterzuiveringen extra aandacht nodig is voor PFAS kan gericht gezocht worden naar bronnen.
In het rapport staat dat er bij de rioolwaterzuivering Sint Maartensdijk een onverwachte waarde is gemeten maar dat er geen monster meer beschikbaar was om te controleren. Waarom zijn er geen extra monsters genomen?
De bemonstering en metingen zijn zorgvuldig uitgevoerd door een gespecialiseerd laboratorium. Als uit een meting een onverwachte waarde komt wil je dit natuurlijk controleren op juistheid. Dat er, ondanks de gemaakte afspraken, geen extra monster meer beschikbaar was is dan ook jammer. Juist omdat er speciale bemonsteringsapparatuur gebruikt is en over een langere periode is gemeten kan niet zomaar opnieuw bemonsterd worden. Het is daarom een aandachtspuntje voor eventueel vervolgonderzoek. Voor de prioritering van de rioolwaterzuiveringen maakt het weinig verschil, omdat er naar meerdere karakteristieken is gekeken, zoals vracht, emissie factor en aanwijzingen dat er specifieke bronnen zijn. Op basis daarvan hebben o.a. de rioolwaterzuiveringen Walcheren en Willem-Annapolder een hoge prioritering gekregen.