Voorkom lozing vanuit mest- en kuilvoeropslagen

15 mrt 2017

Overtreding kan gevolgen hebben voor toeslagrechten

De randvoorwaarden van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) zijn in 2017 aangevuld over het lozen van vloeistoffen in oppervlaktewater afkomstig van mest- en kuilvoeropslag.


Overtreding kan gevolgen hebben voor subsidie

Het lozen van vloeistoffen afkomstig van mest- en kuilvoeropslag leidt tot verontreiniging van het oppervlaktewater. Dit is dan ook verboden op grond van de Waterwet. Sinds 1 januari 2017 zijn deze lozingen niet alleen in strijd met de Waterwet, maar is er ook sprake van een overtreding van de randvoorwaarden GLB. De randvoorwaarden GLB zijn van belang voor landbouwers die toeslagrechten ontvangen op basis van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.

Voorwaarde voor toeslagrechten is dat er gehandeld wordt volgens de randvoorwaarden. Overtreding van een randvoorwaarde kan gevolgen hebben voor de toeslagrechten. Als het waterschap een overtreding van een randvoorwaarde constateert, wordt dit gemeld aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). RVO beoordeelt of een korting wordt toegepast op de toeslagrechten.


Voorkomen is beter dan genezen

Het lozen van vloeistoffen afkomstig van mest- en kuilvoeropslagen kan worden voorkomen door deze opslagen niet in de buurt van oppervlaktewateren aan te leggen en/of te zorgen voor opvangvoorzieningen waardoor een lozing wordt voorkomen. Voor meer informatie over de wijziging van de randvoorwaarde of over het voorkomen van lozingen kunt u contact met ons opnemen via telefoon 088-2461000, contactpersoon Jan van Klinken of Rinus Jeronimus.