Stijging tarieven waterschapsbelastingen bekend

21 nov 2022

De belastingtarieven van het waterschap stijgen volgend jaar met gemiddeld 9,5%. Dit is lager dan de eerder verwachtte 11%, echter voor het waterschap nog steeds een ongewoon hoog percentage. Deze stijging wordt veroorzaakt door fors gestegen kosten in de taakuitvoering in het afgelopen jaar. De grootste kostenstijgers zijn de contractprijzen voor het maaien van wegbermen, slootkanten en het groenbeheer. Ook zijn de prijzen van het onderhoud van gemalen en stuwen fors gestegen. Daarnaast is de prijs van chemicaliën die nodig zijn voor het zuiveren van afvalwater sterk gestegen. Tevens zijn de prijzen van grondstoffen, materialen en energie van investeringsprojecten zeer sterk gestegen.

De voornaamste oorzaak van de prijsstijgingen is de oorlog in Oekraïne die eind februari begon. Dit leidde tot een piek in de prijzen van energie, grondstoffen en materialen. De prijzen gaven sinds 2021 al een stijgende tendens weer als gevolg van het onverwacht snelle herstel van de economie na de Coronapandemie. Dit veroorzaakte een  sterke stijging van de vraag naar producten. In oktober 2022 was de Nederlandse inflatie opgelopen tot 14,3%. Dit is het hoogste per-centage sinds de Tweede Wereldoorlog. Voor volgend jaar wordt een inflatie van 4,3% verwacht.

De kostenstijging komt voornamelijk tot uiting in de beheer- en onderhoudswerkzaamheden van het waterschap. Dit zijn werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden en niet uitgesteld kunnen worden, zonder tot grote maatschappelijke problemen te leiden. Het waterschap kan de kostenstijgingen dus niet ontwijken. Wel worden investeringen kritisch tegen het licht gehouden en waar nodig uitgesteld. Het uitstellen van de lastendrukstijging betekent het vooruitschuiven van de rekening en leidt tot nog hogere belastingstijgingen in de toekomst. Dit acht het dagelijks bestuur onverantwoordelijk. Temeer, omdat schoon water, veilige wegen, sterke dijken en dro-ge voeten wettelijke taken van het waterschap zijn en zeespiegelstijging en langere periodes van extreme droogte en extreme neerslagpieken extra investeringen van het waterschap vragen. Met meer dan 3.500 kilometer wegen, 12.500 kilometer waterlopen en 425 kilometer aan dijken duinen is dat een aanzienlijk opgave. Onlangs zijn alle dijken en duinen van het waterschap voorzien van een veiligheidsoordeel volgens de nieuwste Deltanorm. Hieruit bleek dat ongeveer 25% hierop moet worden aangepast voor 2050. Dit vergt forse investeringen in de waterveiligheid van Zeeland.

Gemiddeld gaan meerpersoonshuishoudens (huur en koop) tussen de € 2,17 en € 3,17 per maand meer betalen aan het waterschap. Alleenwonende huishoudens betalen tussen de € 1,33 en € 2,50 extra per maand. Dit sluit aan op de gemiddelde tariefstijgingen van de overige waterschappen. Agrarische bedrijven zijn gemiddeld tussen de € 19,08 en € 53,16 per maand meer kwijt aan het waterschap. 

In de bijgevoegde infographic staan de gemiddelde lastendrukprofielen nader uitgesplitst:

Waterschapsbelastingen 2023

Investeringen 2023

Het waterschap investeert ook in 2023, naast het uitvoeren van het noodzakelijke beheer- en onderhoudswerk. Hiermee wordt een impuls gegeven aan de kwaliteit van de uitvoering van het waterschapswerk en de veiligheid in Zeeland. 

Voorbeelden van investeringen zijn de uitvoering van de dijkversterking te Hansweert, het uit-voeren van een dijkversterkingsproject in Sint-Annaland en het verzorgen van nieuwe aanleg-voorzieningen in het Veerse Meer. Daarnaast investeert het waterschap in het hergebruik van effluent in het kader van het Deltaprogramma Zoet Water en in de herinrichting van het water-systeem in de Kruispolder (Hulst). Ook worden er in 2023 verspreid over Zeeland diverse wegre-constructies uitgevoerd en wordt er een fietspad langs de Roterijdijk (Dreischor) aangelegd. Daarnaast wordt de zuivering Retranchement uitgebreid en vernieuwd en de zuivering Verseput (Schouwen-Duiveland) gerenoveerd. 

De Waterschapsbegroting 2023 wordt eerst in alle drie de functionele commissies en daarna in de algemene vergadering van 14 december a.s. behandeld.