Meer over dijken en duinen

Wonen in Zeeland lijkt zo vanzelfsprekend, maar zonder dijken en duinen blijft het niet lang droog. Sterke waterkeringen zijn dan ook van groot belang om veilig te kunnen blíjven wonen. Vandaar dat de waterschappers continu bezig zijn met het inspecteren en het onderhouden van deze dijken en duinen langs de zee.

De dijken en duinen moeten zo veilig en sterk zijn dat ze een storm, die maar eens in de 4.000 jaar voorkomt, kunnen doorstaan. Om de juiste sterkte te bepalen, zijn er berekeningsmodellen gemaakt die rekening houden met de zeespiegelstijging en klimaatverandering. Zo wordt bepaald of de dijken en duinen aan de ‘veiligheidsnorm’ voldoen.

Zeedijken

Hoe groot en sterk onze dijken ook lijken… wind en water zorgen ervoor dat ze vaak heel wat te verduren hebben. Na verloop van tijd heeft een dijk onderhoud nodig. Klein onderhoud voert het waterschap zelf uit. Ook pakt het waterschap de (gras)dijken aan die volgens de norm niet sterk genoeg zijn om die ene zware storm te doorstaan. Die dijken krijgen een sterkere bekleding of worden verhoogd. In dit laatste geval worden ze vaak ook breder.

Sterke steenbekleding

Tussen 1997 en 2015 versterkte het waterschap samen met Rijkswaterstaat onder de naam Projectbureau Zeeweringen, de dijken langs de Wester- en Oosterschelde. Dit gebeurde door nieuwe steenbekleding aan te brengen. In 2015 waren de steenbekledingen weer op sterkte. Naast veiligheid, houden we rekening met de natuur, recreatie, cultuurhistorie en het landschap.

Werkwegen

Op de dijken liggen verharde werkwegen. Deze hebben we nodig om de dijken goed te kunnen onderhouden. Natuurlijk zijn die ook geschikt om op te wandelen of te fietsen. Langs de dijken liggen op een aantal plaatsen echter slikken waar vele (vaak beschermde) vogels broeden en verblijven tijdens hoogwater. Recreatief verkeer kan deze vogels ernstig verstoren. Daarom heeft het waterschap, na overleg met de Vogelbescherming en de ZMF, besloten om bepaalde delen van de werkwegen af te sluiten voor recreatie.

Meten van de vooroever

Een speciale peilboot (de Meermin) vaart dagelijks uit om te controleren of de vooroever, het stukje kust dat onder water ligt, sterk genoeg is. Zo niet, dan wordt de vooroever versterkt, bijvoorbeeld met stenen.

Maaien

Het maaien van de zeedijken gebeurt door het waterschap, maar in veel gevallen ook door derden die in opdracht van ons aan de slag gaan. Bij het maaien houdt het waterschap rekening met de Flora- en Faunawet. Dat betekent onder meer dat bescherming van nesten en schuilplaatsen van klein wild, tijdens de broedperiode voorop staat. Ook beschermen we bijzondere planten zoveel mogelijk. Ook derden wijzen we op de Flora- en Faunawet.

Schapen op de dijk

Sommige dijken worden in bruikleen gegeven zodat agrariërs die kunnen gebruiken voor het maaien van hooi of het laten grazen van hun schapen. Dit levert een besparing op omdat het waterschap niet meer zelf hoeft te maaien. Een goede grasmat is van levensbelang voor een sterke en veilige dijk. Daarom moeten de schapenhouders zich aan waterschapsregels houden.

Dijkbewaking

Als er een flinke storm waait en er wordt een hoge waterstand verwacht, is het waterschap dag en nacht paraat. Mocht er ergens iets gebeuren, dan kunnen we direct maatregelen nemen om erger te voorkomen. Bij heel hoog water en bepaalde wind stelt het waterschap ‘dijkbewaking’ in. Voor ieder stukje dijk staat dan een ploeg mensen klaar. Na een hevige storm patrouilleren de waterschappers bij laag water langs de dijken en zodra er schade is, wordt dit zo snel mogelijk hersteld. Speciaal voor deze situaties heeft het waterschap het Draaiboek dijkbewaking opgesteld. Dit draaiboek staat hiernaast.

Bij hoog water sluit het waterschap de deuren van de keersluizen om het zeewater buiten de deur te houden. Bovendien treft het waterschap extra maatregelen bij de binnendijken en sluit indien nodig de coupures.

Duinen

In Zeeland zijn op verschillende plaatsen duinen. Deze zijn te vinden op Walcheren, Schouwen-Duiveland en West Zeeuws-Vlaanderen. Duinen vormen de natuurlijke bescherming tegen de zee. De duinen op Walcheren en Schouwen-Duiveland zijn twaalf tot vijftig meter hoog.

Om schade te voorkomen mag in het duingebied niet gelopen worden. Het waterschap zorgt dat de afrastering rond de duinen in tact blijft. In de duinen zelf plant het waterschap helmgras en stuifschermen. Hierdoor waait minder zand weg tijdens stormachtig weer. Als er namelijk te veel zand wegwaait, worden de duinen minder sterk.

Paalhoofden

Op verschillende stranden in Zeeland staan rijen paalhoofden. Ze geven een karakteristiek beeld. Deze paalhoofden houden de stroming van de zee tegen en voorkomen dat veel zand de zee in stroomt. De paalhoofden bieden dus veiligheid, maar ook cultuurhistorie. Ze horen echt bij Zeeland.

Wonen in Zeeland lijkt zo vanzelfsprekend, maar zonder dijken en duinen blijft het niet lang droog. Sterke waterkeringen zijn dan ook van groot belang om veilig te kunnen blíjven wonen. Vandaar dat de waterschappers continu bezig zijn met het inspecteren en het onderhouden van deze dijken en duinen langszee.

De dijken en duinen moeten zo veilig en sterk zijn dat ze een storm, die maar eens in de 4.000 jaar voorkomt, kunnen doorstaan. Om de juiste sterkte te bepalen, zijn er berekeningsmodellen gemaakt die rekening houden met de zeespiegelstijging en klimaatverandering. Zo wordt bepaald of de dijken en duinen aan de ‘veiligheidsnorm’ voldoen.