Fietsroute Tholen

De fietsroute (pdf, 2,1 MB)

De toelichting van de fietsroute (pdf, 0,3 MB)

Wilt u de fietsroute op papier ontvangen?

Mail of bel ons dan: communicatie@scheldestromen.nl / 088-2461000

 

Rond de kop van Tholen

Het eiland Tholen is ontstaan uit de samenvoeging van een aantal kleine eilanden. De oudste kernen liggen allemaal aan de zuidkant: Stavenisse, Sint Maartensdijk, Scherpenisse en Poortvliet, in de 12e eeuw als afzonderlijke eilandjes bedijkt. Polders van deze periode worden oudland genoemd, herkenbaar aan de kreekruggen, een onregelmatige verkaveling en kronkelende dijken en sloten. Vanuit deze kernen is de bedijking uitgebreid naar het noorden, zoals te zien is bij Sint Maartensdijk: Eerste, Tweede, Derde en Vierde Dijk. Deze polders zijn na 1300 bedijkt. Ze worden nieuwland genoemd; kenmerkend zijn de grote kavels en rechte wegen. Stavenisse is in 1509 weer overstroomd en in 1599 opnieuw bedijkt.

De route

De fietsroute ‘Rond de kop van Tholen’ is ongeveer 36 kilometer lang. De route loopt over mooie kronkelende dijken (oudland), over kaarsrechte verkavelingswegen (nieuwland), over prachtige buitendijkse paden en langs de oorspronkelijke loop van de Oude Pluimpot. De route geeft een beeld van de eeuwenlange strijd van de mens tegen het geweld van het water. Een fietstocht met aandacht voor natuur, water, landschap en cultuurhistorie.

1. Kasteel

In Sint Maartensdijk stond tot 1819 een groot kasteel, waarvan de slotgracht nog is overgebleven. Het werd gebouwd in de 13e eeuw en had beroemde inwoners, zoals Jacoba van Beieren en Franck van Borssele. In de 16e eeuw werd het kasteel eigendom van de Oranjes. Eén van de titels van prinses Beatrix is nog steeds Vrouwe van Sint Maartensdijk. 

2. Boerderij de Kleine Muiterij 

Deze boerderij (1646) was oorspronkelijk eigendom van de Oranjes, als onderdeel van het Kroondomein. In papieren van stadhouder koning Willem III wordt Marinus Muiter genoemd, die in 1697 zes gemeten land heeft ingezaaid met tarwe, maar dat door hevige regenbuien voor het grootste deel wordt vernietigd. 

3. Stuw van de Steenblokweg 

Met stuwen regelt het waterschap de hoogte van de waterpeilen in de sloten: niet te droog en niet te nat. Het juiste waterpeil hangt af van verschillende 
factoren. Bij een woonwijk gelden andere eisen dan bij een natuurgebied of landbouwgrond. En de grondsoort speelt een belangrijke rol. Per gebied ligt het waterpeil vast in peilbesluiten. Op veel plaatsen legt het waterschap natuurvriendelijke flauwe oevers aan. Amfibieën en vogels kunnen dan makkelijk in en uit het water. Én dit biedt meer ruimte voor opvang van water, waardoor er minder kans is op wateroverlast.

4. Wateroverlast 

Sint Annaland is het laagste punt van dit afwateringsgebied. In 1998 was hier grote wateroverlast, straten liepen onder water, in een etmal ruim 100mm regen! Het waterschap nam maatregelen om overlast in de toekomst te voorkomen. In nood sluiten we nu watergangen af en leiden het water om. Op de Hoenderweg is de straatbedekking verbeterd. De goot ligt nu midden in de straat, de putten zijn extra groot en met een gescheiden riolering gaat het regenwater naar de watergang. Aan de Stoofweg bouwden we een nieuw poldergemaal.

5. Haven Sint Annaland 

In een tijd dat de polderwegen ’s winters nauwelijks begaanbaar zijn, is een haven voor aan- en afvoer van producten heel belangrijk. Bovendien bood de haven op de vaarweg tussen Antwerpen en Holland een veilig toevluchtsoord bij ontstuimig weer. Na de ramp van 1953 werd de oude haven gedempt, vanwege gevaar voor het dorp. Men besluit om een nieuwe gemeentehaven aan te leggen: de enige haven op Tholen die ook bij laagwater toegankelijk is. 

6. Dijkdoorbraken

In de 16e eeuw moest men bij Moggershil na dijkdoorbraken een aantal hectares land aan de zee prijsgeven. Na 90 jaar drijvend te zijn geweest wordt Moggershil in de 17e eeuw opnieuw bedijkt. Aan de krommingen in de dijk kan je nog zien waar de dijkdoorbraken plaatsvonden. De Watersnoodramp van 1953 veroorzaakte op Tholen acht dijkdoorbraken, waardoor 4100 ha land in open verbinding met de zee kwam te liggen. Er vielen toen op Tholen 158 slachtoffers. 

7. Weel 

Op de plaats waar een dijk is doorgebroken, ontstaat door de kracht van het water een diep kolkgat. Veel dijkbreuken in Zeeland zijn hersteld door het leggen van een nieuw stuk dijk, aan de buitenkant van het gat. Hierdoor ontstonden kleine diepe meertjes, die in Zeeland een weel of een wiel worden genoemd. De twee welen langs de route heten Het Diepe Gat en Geulsche Weel. 

8. Keersluis Stavenisse

Een bijzondere vorm van waterkering is de keersluis die dichtgaat bij een bepaalde verwachte hoogwaterstand: hier 2,40 +NAP (Normaal Amsterdams peil). Doel: de achterliggende kern met havengebied beschermen tegen hoogwater. Bij groot onderhoud van de dertig ton wegende stalen deur, kan de sluis worden afgesloten met schotbalken. De keersluis wordt gemiddeld vijf keer per jaar gesloten. 

9. Haven Stavenisse

Na de Watersnoodramp van 1953 waren er plannen om het aantal havens op Tholen terug te brengen. Uit oogpunt van de veiligheid was afdamming van de havengeul zeer gewenst. De gemeente was voorstander van een keersluis om de waardevolle getijdenhaventjes te behouden. Pas in 1976 kreeg Stavenisse zijn lang begeerde keersluis. Dit betekende eindelijk een duurzame beveiliging van het dorp, na jaren van angstige momenten bij een storm. 

10. Dijkcoupure

In een dijkcoupure plaatsen we bij dreiging van extreem hoogwater en storm vloedplanken. Een dijkcoupure is een abrupte onderbreking in de dijk, bijvoorbeeld waar een weg de dijk kruist. Met de vloedplanken bereikt de dijk opnieuw zijn waterkerende hoogte. Tijdens de watersnoodramp bleek dat de vloedplanken in veel gevallen in slechte staat of helemaal verdwenen waren, zodat het water door de dijk kon stromen. De coupures ziet u in Stavenisse op de stoofdijk en Sint Maartensdijk op de hoek van Kaaistraat-Haven. 

11. Buitendijks fietsen 

Buitendijks fietsen over onze onderhoudspaden is nu op veel plaatsen mogelijk door het aanbrengen van fietsvriendelijke verharding. Hier gaat de route langs strekdammen met zicht op prachtige oude steenbekleding en perkoenpalen. Omdat de strekdammen geen onderdeel uitmaken van de primaire zeewering kon hier de oude steenbekleding herzet of gehandhaafd worden. De primaire waterkering is hier namelijk 'verborgen' zoals dat heet. Te zien: nieuwere soorten betonblokken zoals basalton, de oudere Haringman betonblokken en oude natuursteen: basalt en Vilvoordse steen. Verderop aan het einde van de Pilootweg zijn nog Hillblocks te zien. Soms is een strekdam aangewezen als hoogwatervluchtplaats voor vogels. 

12. Dijken en Slapers

De eerste dijken in Zeeland zijn omstreeks de 12e eeuw aangelegd door monniken uit België. Rond een stuk opgeslibd schor legde men een dijk van klei en een polder was geboren. Tegenwoordig wordt een dijk opgespoten en onder proiel gebracht met zand en daarna afgedekt met klei. Een buitendijk krijgt bovendien nog een stenen beschermlaag. De zeedijken worden wel wakers genoemd en binnendijken slapers. De Vierde, Derde, Tweede en Eerste dijk zijn allemaal slapers. 

13. Rwzi Sint Maartensdijk 

De rioolwaterzuiveringsinstallaties 9rwzi) van het waterschap maken het rioolwater schoon. De rwzi bij Sint Maartensdijk is een bijzondere; aan de zuidkant van de Oudelandseweg ligt de traditionele installatie en aan de overkant ligt een groot helofytenfilter. Dat is een met riet (helofyten) begroeide sloot. In de eerste installatie verwijderen we door toevoeging van bacteriën 95% van het afbreekbare organisch vuil en 80% van de fosfaten en stikstof. Vervolgens zorgen de worteld van het riet on het helofytenfilter voor zuurstoftoevoer, waardoor er nog een biologische reiniging op een natuurlijke wijze is. Het gezuiverde water gaat terug de sloot in. 

14. Langs de Oude Pluimpot 

Geul de Pluimpot sneed het eiland in de 12e eeuw in twee delen. Stormvloeden in die periode waren de aanleiding tot het opwerpen van hoogten en het aanleggen van dijken. Vroeg in de 16e eeuw vonden in deze kreek de eerste inpolderingen plaats. In 1556 was het noordelijk deel van De Pluimpot geheel verebd tot een schorrekreek en is afgesloten met een dam. Het laatste (zuidelijke) deel van dit water, dat Scherpenisse en Sint Maartensdijk tot in de 20e eeuw bereikbaar maakte voor schepen, is voor het Deltaplan in 1957 definitief afgesloten met een hoge dam. Dat is nu een natuurgebied. Pluimpot komt van Franse woord ‘plumet’ dat dieplood of peillood betekent. In die tijd moest men de diepte peilen om de juiste koers naar de haven te houden.

Tip:

Zuidelijk van Sint Maartensdijk is een alternatieve route te fietsen langs natuurgebied de Pluimpot. (Knooppunten 84, 11 en 10)