Fietsroute Noord-Beveland

De fietsroute (pdf, 2,7 MB)

De toelichting van de fietsroute (pdf, 0,4 MB)

Wilt u de fietsroute op papier ontvangen?

Mail of bel ons dan: communicatie@scheldestromen.nl / 088-2461000

Rond het eiland Noord-Beveland

In 1223 werd Nortbevelant voor het eerst genoemd in de boeken. Van de vroege geschiedenis van het eiland is helaas weinig bekend. Wel is zeker dat de waterschappen al vroeg op het eiland actief waren. Rond 1500 waren er drie dijkgraafschappen. Van samenwerken kwam echter weinig terecht en de dijken die de schappen aanlegden, waren veel te laag. Met als gevolg dat de dijken niet bestand waren tegen de grote stormvloeden van 1530 en 1532 en dat het eiland verdronk. Pas in 1598 ging men de strijd met de zee weer aan en werd de oud-Noord-Bevelandpolder bedijkt. En dat was nog maar het begin… Onderweg komt u her en der informatieborden tegen.

De route

De fietsroute loopt rondom het eiland over de stevige klei van de Noord-Bevelandse polders; ongeveer 55 kilometer. Rondom de route geven we u allerlei wetenswaardigheden over het verleden. U kunt de route overal starten. En zelfs ook kiezen voor alternatieve routes, of de route wat inkorten via een doorsteek.

1. Gemaal Onrust

Het waterschap heeft 51 poldergemalen op buitenwater. Daarmee pompen we overtollig regenwater af. Dat water komt via sloten bij de gemalen terecht. De gemalen pompen het aangevoerde water naar de zee. Gemaal Onrust bemaalt het westelijk gedeelte van Noord-Beveland. Het is één van de zes gemalen op Noord-Beveland.

2. Soelekerke

Soelekerke is één van de vele dorpen dat het gevecht met de zee verloor. De resten van het kerkdorp liggen nu onder de vruchtbare grond in de polders tussen Kamperland en Wissenkerke. Al in de dertiende eeuw kwam het dorp op de landkaarten voor. Over de precieze locatie tasten de historici in het duister. 

3. Muraltmuurtjes

De Muraltmuurtjes op de dijken dienden als dijkverhoging. Ze zijn genoemd naar jonkheer De Muralt, een ingenieur van waterschap Schouwen. Tussen 1906 en 1935 zijn in Zeeland 120 kilometer zeedijken met een Muraltmuur verhoogd. Het voornaamste doel van de muurtjes was voorkomen dat het zeewater over de dijk zou spoelen.

4. Populieren

Langs de Prinsendijk staan lange rijen populieren. Deze snel groeiende boomsoort komt veel voor langs dijken en wegen in Zeeland. In de volksmond worden ze daarom ook wel eens ‘gauw grôôt’ genoemd. Het waterschap beheert en onderhoudt duizenden bomen en struiken langs de Zeeuwse plattelandswegen. Het uitgangspunt van Scheldestromen is een groene, gezonde en veilige beplanting waar iedereen met volle teugen van kan genieten.

5. Katse Rak

Het Katse Rak was een vaarwater dat tussen Noord-Beveland en de Katsplaat stroomde. In 1835 werd het bedijkt in de Leendert-Abrahampolder. De kreek in de polder nabij Kats is een overblijfsel van het Katse Rak. De polder dankt zijn naam aan de eerste dijkgraaf Leendert Abraham Paardekoper. Tijdens de watersnoodramp in 1953 liep de polder vol water.

6. Haventje Kats

Halverwege de negentiende eeuw kreeg Kats een haven. De geul naar het haventje verzandde echter al snel en het raakte in verval. Na de bedijking van de Leendert Abrahampolder kwam er een nieuwe haven. Vanuit deze haven was het met het Katse veerbootje makkelijk oversteken naar Zuid-Beveland. Tot 1960 heeft het Katse veer mensen naar de overkant gebracht. Per dag maakte de veerboot twaalf overtochten. Ga even de dijk op voor het mooie uitzicht.

7. Dijkcoupure

Tijdens de watersnoodramp van 1953 hielden de inwoners van Kats hun voeten droog. Het water liep tot aan de dijk die het dorp van de Leendert Abrahampolder scheidde. De tijdig gesloten coupure en de sterke en hoge scheidingsdijk zorgden ervoor dat het water niet verder kon oprukken. De boerderijen in de Leendert Abrahampolder hielden het niet droog. Pas na elf weken konden de bewoners weer huiswaarts keren.

8. Gemaal De Valle

Fietst u via het Mol-Tol fietspad door Colijnsplaat dan komt u langs gemaal
De Valle aan de zeedijk. Daarachter zijn de geulen en kreken te zien. Met dit gemaal pompen we water naar de Oosterschelde. De Colijnsplaat waarop ook een stelle lag met die naam werd in 1598 binnengedijkt. Enkele geulen en kreken, waaronder het kleine Faal, werden bij de inpoldering afgedamd. In de verte ziet u de Valkreek. Die herinnert nog altijd aan het kleine Faal. Het grote Faal bleef ongehinderd stromen tussen de slikken van Noord-Beveland en Orizand. En in Colijnsplaat bovenaan de Voorstraat komt u meer te weten over het wonder van Colijnsplaat. Het losgeslagen schip dat Colijnsplaat behoedde voor een overstroming in 1953. 

9. Emelisse

Emelisse was een kerkdorp dat al in de 13e eeuw in de boeken genoemd werd. Noord-Beveland was niet bestand tegen de zware stormen van 1530 en 1532 en het dorp verdween in de golven. In het dorp stond een klooster van de cisterciënzers. Bij opgravingen kwamen resten van het klooster tevoorschijn.

10. Orizand

Prachtig uitzicht over de Oosterschelde. Middenin, 30m diep, liggen de resten van het eiland Orizand. Zeven eeuwen geleden bewoonden schaapsherders met hun kuddes dat schorreneiland. In 1602 kreeg Orizand een lage dijk. Uiteindelijk moesten de bewoners het onderspit delven. Tijdens een stormvloed in 1639 verdween Orizand voor altijd in de zee.

11. Inlagen

Op Noord-Beveland liggen prachtige inlagen waar vele vogelsoorten te vinden zijn. Het is een strook grond achter een zeedijk waar weer een reservedijk achter ligt. Als de zeedijk doorbreekt, overstroomt alleen de inlaag. De Wanteskuip en Paardekuip zijn bekende inlagen. ‘Kuip’ duidt op de waterrijke putten in de inlagen. De grond uit die putten is gebruikt voor de aanleg van de reservedijk.

12. Vlietepolder

Dijkvallen kwamen vaak voor bij de Vlietepolder. Een gevaar, als een dief in de nacht. Val na val in de 19e en 20e eeuw sloopten de oever. De grootste val was in 1889 toen ruim 980.000 m3 in de Oosterschelde verdween, over een lengte van zo’n 400 m. In 1743 overstroomde de Vlietepolder. Toen ontstond de weel.